Hennep in plaats van katoen
Katoen is rampzalig voor het milieu en de boeren die het verbouwen worden er nauwelijks wijzer van. Maar als het aan Wageningse wetenschappers ligt, zullen de zaken dankzij hun nieuwe hennepvariant binnen enkele jaren heel anders liggen.
Een kleine tien kilometer ten oosten van Wageningen ziet het veldje hennep er wat sneu uit. De planten zijn neergehaald en liggen in weer en wind zachtjes te rotten op de kale grond. Toch zijn onderzoekers van Wageningen Universiteit en Research Center er reuze blij mee. Deze nieuwe hennepsoort kan mogelijk het monopolie van katoen als textielgewas doorbreken. En het rotten is gewoon deel van het productieproces.
Op het bureau in de werkkamer van dr. Ton de Nijs, plantenonderzoeker aan de WUR, ligt een spijkerbroek die bezoekers mogen proberen. Op het eerste gezicht is er niets speciaals aan. Hij is gemaakt van stevige en toch soepele stof, en als je de jeans aantrekt is hij opvallend comfortabel.
Vezelgewas
Het geheim van deze jeans is dat hij voor het grootste deel uit hennep bestaat. Niet de hennep waar je stoned van kan worden - de plant bevat geen milligram THC, de werkzame stof in hasj - maar hennep als vezelgewas. Het enthousiasme van de Wageningse onderzoekers over hun nieuwe hennepvariant is vooral ingegeven door de nadelen van katoen, zegt dr. de Nijs. "Katoen is een gewas dat vreselijk veel water kost om te produceren. Bovendien wordt het geteeld in gebieden waar veel gewasbeschermingsmiddelen nodig zijn om een goede oogst te krijgen", beschrijft de Wageninger de problemen. "Bij hennep ligt dat heel anders. Dat wordt geteeld in wat gematigder gebieden, heeft vrijwel geen gewasbeschermingsmiddelen nodig en veel minder water." Dat laatste is een understatement: katoen heeft liefst 25 keer zoveel water nodig als hennep.
Nadelen
Er zitten meer nadelen aan katoen. Zo is de hele productieketen in handen van grote multinationals. Ze betalen de katoenboeren een grijpstuiver en verslepen de oogst de hele wereld over om er elders het geld mee te gaan verdienen.
Dr. de Nijs schildert een surrealistische plaatje. "Katoen moet worden gesponnen, geweven en daarna tot stoffen verwerkt. Dat gebeurt voor een groot deel in Nederland. Ghanese katoen bijvoorbeeld komt naar Nederland en de stoffen die daarvan worden gemaakt, met die fraaie Ghanese patronen, worden vervolgens geëxporteerd naar Ghana.'
De Wageningse plantveredelaars hebben diverse hennepvarianten ontwikkeld die wat betreft vezelkwaliteit de concurrentie met katoen aankunnen. Nu is het zaak eenvoudige en betaalbare apparatuur te ontwikkelen om de vezelplant te verwerken tot textiel.
Productieproces
Het idee is dat boeren in ontwikkelingslanden die de overstap willen maken naar hennep, ook lokaal de stoffen kunnen maken. Door het productieproces van teelt naar eindproduct in eigen hand te houden, valt er veel meer te verdienen.
Volgens De Nijs is de kans niet groot dat als hennep als vezelgewas eenmaal ingeburgerd raakt, grote multinationals ook daarmee de hele wereld rond gaan slepen. Omdat de verwerking vrij simpel is, kunnen de boeren er zelf mee beginnen. Als de productielijn eenmaal staat, is het voor derden niet zo makkelijk om daar tussen te komen.
Over een jaar of vijf is het de bedoeling dat hennepjeans en -bedrijfskleding in de reguliere kledingwinkel te koop is.
(Duurzaamnieuws, 25 september '08)
Synergos Communicatie

